Kinderrechten en adoptie: welke rechten wegen mee?

Het debat over interlandelijke adoptie is in de kern een debat over kinderrechten. Maar "de kinderrechten" bestaan niet als één regel: het gaat om verschillende rechten die soms in dezelfde richting wijzen, en soms zorgvuldig tegen elkaar moeten worden afgewogen.

Dit artikel zet de belangrijkste rechten op een rij, met verwijzing naar de verdragsartikelen, zodat je het debat beter kan plaatsen.

Het Kinderrechtenverdrag als basis

Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) werd in 1989 aangenomen door de Verenigde Naties. België ratificeerde het op 16 december 1991; het trad hier in werking op 15 januari 1992. Voor adoptie zijn vooral deze artikelen relevant:

•     Artikel 3 — belang van het kind. Bij alle maatregelen die kinderen aangaan, is het belang van het kind een eerste overweging.

•     Artikel 7 — naam, nationaliteit en ouders. Elk kind heeft recht op een naam en een nationaliteit en, voor zover mogelijk, het recht zijn ouders te kennen en door hen te worden verzorgd.

•     Artikel 8 — identiteit. Elk kind heeft het recht zijn identiteit te behouden: nationaliteit, naam en familiebetrekkingen.

•     Artikel 9 — niet gescheiden van de ouders. Een kind wordt niet tegen de wil van de ouders van hen gescheiden, tenzij dat noodzakelijk is in het belang van het kind.

•     Artikel 20 — alternatieve zorg. Kinderen die niet in hun gezinsomgeving kunnen blijven, hebben recht op bijzondere bescherming en vervangende zorg, met aandacht voor continuïteit en voor hun etnische, godsdienstige, culturele en taalkundige achtergrond.

•     Artikel 21 — adoptie. Als een land adoptie toelaat, moet het belang van het kind daarbij de voornaamste overweging zijn — een sterkere formulering dan in artikel 3. Interlandelijke adoptie kan worden overwogen als het kind in het land van herkomst niet op passende wijze kan worden verzorgd, en zonder ongepast geldgewin.

Rechten die elkaar soms uitdagen

Het recht op identiteit en op het kennen van de eigen afkomst (artikelen 7 en 8) pleit voor maximale voorzichtigheid, transparante dossiers en levenslange toegang tot informatie. Het recht op bescherming, ontwikkeling en een stabiele gezinsomgeving (artikelen 3, 20 en 21) pleit ervoor dat kinderen niet langer dan nodig zonder permanente zorgomgeving opgroeien.

In veel gevallen versterken die rechten elkaar. Maar voor kinderen voor wie in eigen land geen duurzame oplossing wordt gevonden, kunnen ze in spanning komen te staan. Het IVRK en het Haags Adoptieverdrag geven daarvoor een afwegingskader — de subsidiariteitsladder: eerst het eigen gezin, dan een oplossing in het eigen land, en pas daarna interlandelijke adoptie. Kinderrechtenorganisaties zoals UNICEF benadrukken dat interlandelijke adoptie pas kan nadat de lokale mogelijkheden naar behoren zijn onderzocht, en dat landen vooral moeten investeren in gezinsondersteuning en lokale jeugdbescherming; tegelijk erkent UNICEF dat ze in uitzonderlijke situaties de beste oplossing voor een kind kan zijn.

Ook het recht op gezinsleven speelt mee

Naast het IVRK is er artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), dat het privé- en gezinsleven beschermt. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde in de zaak Pini e.a. tegen Roemenië (2004) dat de band uit een wettige adoptie gezinsleven kan vormen, maar ook dat het belang van het kind zwaarder weegt dan dat van de (adoptie)ouders wanneer beide botsen. Rechten van volwassenen — hoe begrijpelijk ook — zijn in dit domein dus nooit het eindpunt van de afweging; het kindperspectief is dat wel.

Kader — Waar wij voor pleiten

Home Across Borders vertrekt uitdrukkelijk niet van een "recht op een kind" — dat bestaat niet. Wij vragen dat álle rechten van kinderen — identiteit, afkomst, bescherming én een permanente gezinsomgeving — per individueel kind zorgvuldig worden afgewogen. Lees meer op de pagina Onze boodschap.

‍ ‍

Bronnen

Vorige
Vorige

Tijdlijn: het Vlaamse adoptiedebat van 2019 tot vandaag

Volgende
Volgende

Wie vindt wat? Standpunten in het debat over de uitfasering